Pagina's

20110501

We zijn op een parkeerterrein en willen oversteken, roekeloos.

Drie vrienden en ik. Twee daarvan lopen vooruit, lachend, en letten vooral niet op de auto's die hun weg zoeken naar een vrij plekje om te staan. Ze zien niet hoe een man en vrouw ze woedend aankijken als hij moet afremmen omdat zij zonder te kijken oversteken. Samen met de derde vriendin wachten we tot ze doorrijden, wat ook gebeurt.
Weer komen m'n twee vrienden de auto tegen en weer gaat dat op dezelfde manier. Ik voel de woede van de man en ik hoor een schot. Hij heeft een jachtgeweer in z'n handen en schiet op ons. Twee van de vier geraakt, ik kon ze niet helpen. Ik duw de vriendin met wie ik aan het praten was op de grond en scherm haar zo goed mogelijk af voor de gekken. Er zijn geen auto's in de buurt waar we onder kunnen schuilen, we kunnen niks anders doen dan blijven liggen.
Ik hoor een schot, voel pijn in m'n zij en verlies alle kracht. Nog één schot, in m'n schouder, en dan hoor ik de auto wegrijden. Geen geschreeuw, geen gehuil, alleen het geluid van het geweer, de auto en de pijn.
Alles verdwijnt, maar de pijn in m'n zij en schouder blijft tot ik wakker word en me realiseer dat het een droom was.
Déjà vu, ik heb het eerder gedroomd. Veel vaker, zelfs. Vanaf dat ik klein was al.

Geen opmerkingen: